decimaal stelsel

Opgave - APMO 1994 vraag 5

Er werden drie lijsten $A,B$ en $C$ aan jouw gegeven. Lijst $A$ bestaat uit alle getallen van de vorm $10^k$ in basis 10, met $k$ een natuurlijk getal groter dan 0. Lijst $B$ en $C$ bevatten dezelfde nummers maar vertaald in basis 2 en 5 respectievelijk:

$$\begin{array}{lll}<br />
A & B & C \\<br />
10 & 1010 & 20 \\<br />
100 & 1100100 & 400 \\<br />
1000 & 111110100 & 13000 \\<br />
\vdots & \vdots & \vdots<br />
\end{array}$$

Bewijs dat voor ieder natuurlijk getal $n>1$, er precies 1 getal is in de lijsten $B$ of $C$ zodat het $n$ cijfers telt.