Olympia

Nederlandstalig olympiadeproject

  • Home
    Terug naar startpagina
  • Archief
    Alle olympiadeproblemen
  • Zoeken
    Bekijk alle tags
  • Contact
    Vragen of feedback
Home › Archief › Nationale en Regionale Olympiades › Midden-Europa › APMC › 2001 › driehoeksongelijkheid

driehoeksongelijkheid

38
Tags:
  • APMC
  • Algebra & analyse
  • driehoek
  • ongelijkheid

Opgave - APMC 2001 dag 1 vraag 3

$a,b,c$ zijn de lengtes van de zijden van een driehoek. Bewijs dat

$$2<\frac{a+b}c+\frac{b+c}a+\frac{c+a}b-\frac{a^3+b^3+c^3}{abc}\leq3.$$
  • Oplossing inzenden

Oplossing

Ingediend door C|Debry

Linkerongelijkheid is equivalent met $2abc + a^3 + b^3 + c^3 < \sum_{\text{sym}} a^2b$. Na Ravi-substitutie $a = x+y$, $b = y+z$, $c = z+x$, is dit equivalent met $0 < 8xyz$, hetgeen vrij evident is.

Rechterongelijkheid is equivalent met $\sum_{\text{sym}} a^2b \leq a^3+b^3+c^3+3abc$, hetgeen Schur is.

Home | Archief | Zoeken | Contact
© 2010 Olympia | Compliant to XHTML 1.0 Strict and CSS 2.1 | Powered by problem-solving.be

Zoeken

Random generator

Random problemen
Laat de computer een lijst van willekeurige problemen kiezen.

Niveau

  • Hoger Secundair
    • Beginner
      • Algebra & analyse
      • Combinatoriek & algemene problem-solving
      • Getaltheorie
      • Meetkunde
    • Expert
      • Algebra & analyse
      • Combinatoriek & algemene problem-solving
      • Getaltheorie
      • Meetkunde
    • Novice
      • Algebra & analyse
      • Combinatoriek & algemene problem-solving
      • Getaltheorie
      • Meetkunde
  • Universitair
    • Quickie
      • Algebra (abstract)
      • Algebra (lineair)
      • Analyse (basis)
      • Analyse (geavanceerd)
      • Combinatoriek
      • Getaltheorie
      • Meetkunde
    • Contest
      • Algebra (abstract)
      • Algebra (lineair)
      • Analyse (basis)
      • Analyse (geavanceerd)
      • Combinatoriek
      • Getaltheorie
      • Meetkunde