We tonen de twee ongelijkheden apart aan. Noteer , dan volstaat het voor de eerste ongelijkheid om te bewijzen dat
Dat laatste is geldig omdat als met vergroot, het linkerlid wordt vermenigvuldigd met . Het is dus duidelijk dat zo klein mogelijk moet zijn, nl. (kleiner mag niet door het gegeven dat ) opdat het linkerlid zo klein mogelijk zou zijn.
Tevens geldt dat
Wat volgt uit "iedere factor in het linkerlid is minimum ", dit bewees de 1e ongelijkheid.
Deel 2 komt overeen met
Dit volgt uit de ordeongelijkheid of
toe te passen voor en alles te vermenigvuldigen.
Dit bewees deel twee.
Oplossing
We tonen de twee ongelijkheden apart aan. Noteer
, dan volstaat het voor de eerste ongelijkheid om te bewijzen dat
Dat laatste is geldig omdat als
met
vergroot, het linkerlid wordt vermenigvuldigd met
. Het is dus duidelijk dat
zo klein mogelijk moet zijn, nl.
(kleiner mag niet door het gegeven dat
) opdat het linkerlid zo klein mogelijk zou zijn.
Tevens geldt dat
Wat volgt uit "iedere factor in het linkerlid is minimum
", dit bewees de 1e ongelijkheid.
Deel 2 komt overeen met
Dit volgt uit de ordeongelijkheid of
toe te passen voor
en alles te vermenigvuldigen.
Dit bewees deel twee.